Ingezonden brief: een zeer betrokken inwoner van Houten

Onderstaande brief is een persoonlijke reactie van een bezorgde inwoner. De aanleiding was de uit de hand gelopen betoging van 14 oktober 2025. We plaatsen de tekst integraal.

Beste Jos en team van WEK,

Langs deze weg wil ik mijn waardering uitspreken voor jullie inzet en betrokkenheid bij het maatschappelijke debat in Houten. In een tijd waarin nuance en redelijkheid steeds vaker worden overschreeuwd door extremen, is het van groot belang dat organisaties zoals WEK blijven staan voor dialoog, transparantie en lokale inspraak.

Wat een vreedzame betoging had moeten zijn, is uitgelopen op een avond vol spanning, arrestaties en machtsvertoon. Als betrokken inwoner maak ik mij grote zorgen over de manier waarop het gemeentebestuur, de politie en landelijke instanties deze situatie hebben aangepakt. Wat begon als een uiting van burgerlijke bezorgdheid, eindigde in een demonstratie die werd overschaduwd door repressie, intimidatie en wantrouwen.

De inzet van de Mobiele Eenheid en zelfs een DSI-helikopter boven onze woonwijk roept de vraag op: wat was hier het doel? Rust bewaren, of angst zaaien? De helikopter hing maar liefst drie uur boven Houten, met gedoofde verlichting, observatieapparatuur en scherpschutters aan boord. Dit is een inzet die past bij een gijzeling of terroristische dreiging, niet bij een lokale demonstratie. Het was sfeerbepalend, intimiderend en buitenproportioneel. Als het om observatie gaat, zijn er tegenwoordig stille drones die minder provocerend zijn. Waarom dan kiezen voor het meest zichtbare en dreigende middel?

Het verbod op een volwaardige tegendemonstratie is een ander teken van bestuurlijke nervositeit. In plaats van ruimte te bieden aan dialoog en tegengeluid, lijkt het bestuur vooral te handelen uit angst voor gezichtsverlies. Daarmee wordt het signaal afgegeven dat wie het hardst schreeuwt, de meeste aandacht krijgt, en dat is een gevaarlijke boodschap in tijden van toenemende polarisatie. Wat bovendien opviel: voorstanders van het AZC kregen de ruimte om hun mening te uiten, terwijl tegenstanders op afstand werden gehouden en onder streng toezicht stonden. Dit schept een beeld van selectieve tolerantie en ondermijnt het vertrouwen in een eerlijke en evenwichtige handhaving van het demonstratierecht.

Ook het optreden van de politie verdient kritische reflectie. De AE (lees: Romeo’s) en DSI-eenheden, vaak met gezichtsbedekking en een gesloten houding, lijken eerder te opereren als een machoblok dan als dienstbare handhavers van de openbare orde. Dit staat haaks op het principe van “kennen en gekend worden” dat oud-hoofdcommissaris Jan Wiarda van de gemeente Utrecht ooit hoog in het vaandel had staan. Wiarda begreep dat gezag niet alleen uit uniformen komt, maar uit menselijkheid en herkenbaarheid. De huidige aanpak, waarin agenten onherkenbaar blijven en nauwelijks aanspreekbaar zijn, ondermijnt dat vertrouwen en versterkt het beeld van een overheid die haar burgers wantrouwt.

En dan is er nog het COA, een organisatie die zich in de praktijk gedraagt als een ideologisch bolwerk, waar ambtenaren met doorgeschoten idealen beleid maken zonder enige voeling met de realiteit in dorpen en wijken. Het lijkt soms alsof het COA opereert in een parallel universum, waar draagvlak en lokale impact ondergeschikt zijn aan abstracte beleidsdoelen. De manier waarop plannen worden doorgedrukt, zonder transparantie of inspraak, voedt het wantrouwen en vergroot de kloof tussen overheid en burger.

Jos, ik hoop van harte dat jullie je door dit buitenproportionele optreden niet laten ontmoedigen, maar juist gesterkt voelen in jullie missie. De behoefte aan een organisatie die het lokale geluid laat horen, die kritisch durft te zijn en tegelijkertijd constructief blijft, is groter dan ooit. Jullie werk is van wezenlijk belang voor het behoud van een gezonde democratische cultuur in Houten.

Blijf doorgaan. Blijf verbinden. Blijf het gesprek voeren, ook als anderen dat liever zouden smoren.

Met waardering en solidariteit,

Michel van Rossenberg